We gaan eerst naar het zwembad van het nabijgelegen Samburu Lodge.
Het water is heerlijk, net als het biertje dat hier te krijgen is voor 185 KSH (1.85 euro).
De bewolking die vanochtend nog aanwezig was is inmiddels opgeklaard, en de zon is doorgebroken. De temperatuur is
heerlijk. Ook hier bij het zwembad lopen apen. Ze proberen gelukkig niet ons voedsel te stelen.
Tijdens onze lange tocht naar de Thomson Falls wordt onze truck onderweg door jongens bekogeld met stenen.
Heléne, van ons reisgezelschap krijgt een steen tegen haar hoofd. Hoofdwonden bloeden meestal behoorlijk, dus het
bloed liep langs haar gezicht. Gelukkig hadden we toevallig een paar operatieassistenten in ons groepje die gelijk naar de EHBO spullen grepen.
Ze hebben de wond schoongemaakt, en zelfs gehecht met steriele naalden uit de EHBO kit.
Tom, de chauffeur is nog achter de jongens aangerend doch heeft ze niet te pakken kunnen krijgen.
Een dorpeling herkende de jongens echter wel van Tom's beschrijving en zou de jongens aanspreken op zijn gedrag.
De Thomson falls watervallen zelf zijn aardig, maar niet echt indrukwekkend. We dalen af tot aan de rivier, waarbij we over de nodige rotsblokken
moeten klauteren
We rijden met onze truck allereerst langs een uitzichtpunt over de Great Rift Valley, een grote kloof die
loopt van Israel tot Mozambique. Het is echter vrij nevelig in de vallei.
Tijdens de reis naar Nakuru passeren we nogmaals de evenaar. We zijn terug op het zuidelijk halfrond.
De omgeving is hier duidelijk groener dan rondom Nairobi. Ook de koeien zijn hier dikker.
Nakuru is een klein stadje. We mogen hier enige tijd naar eigen inzicht rondbrengen. Omdat het groepje waarmee ik loop gaat Internetten en ik dit niet van plan ben, besluit ik om na een kopje koffie met een samosa (soort pasteitje) het stadje eens te gaan verkennen. Eerst loop ik per ongeluk in de richting van de souvenir verkopers. Die ben ik echter zo zat dat ik snel de andere kant oploop.
Ik kom in het gedeelte met "normale" winkeltjes, en als ik verder doorloop kom ik over een markt.
Een gedeelte van de markt is buiten op straat, doch de groente, vlees en vismarkt is binnen een afgeschermd gedeelte.
Hier zijn ook een groot aantal kleine winkeltjes, meer kiosken eigenlijk.
Omdat ik zonder kaart loop, wandel ik bij het verlaten van de markt de verkeerde straat in.
Aangezien het me niet bekend voorkomt besluit ik terug te lopen tot ik het busstation weer zie. Vanaf daar weet ik de wel weer.
Ik rust nog even uit in een parkje voor ik terugloop naar de truck. We gaan alvast naar de camping om de tenten op te zetten.
Op de camping lopen weer bavianen en een bosbok. George gaat er met zijn fototoestel op af. Als hij terugkomt vraagt zijn vrouw "Heb je die bosbok genomen ?". "Nee",
antwoord George, "alleen op de foto gezet!"
Later op de avond loopt er een buffel aan de rand van de camping.
Als we de weg verlaten voor de middagmaaltijd duurt het niet lang voor er zich op een afstandje een
groepje mensen heeft verzameld. We weten niet of ze zich nu gewoon afvragen wat we aan het doen zijn,
dan wel dat ze hopen op wat overgebleven voedsel. Waarschijnlijk het laatste.
Op de camping bij Lake Baringo gaat het grootste gedeelte van de groep naar het zwembad.
Met een klein groepje gaan we onder leiding van een plaatselijke gids een wandeling maken door het Great Rift Valley.
Het vallei loopt over een afstand van 6500 km van de dode zee naar Beira (Mozambique), en is hier slechts een paar honderd meter breed.
Vanonder een steen toveren ze eerst een zwarte schorpioen, en later een witte. De zwarte heeft twee vechtscharen als voorpoten, doch de witte is veel giftiger.
's Avonds een lekker gekoeld biertje in de bar van de camping en dan de tent weer in.
Ook nu moeten we voorzichtig zijn als we 's nachts de tent willen verlaten voor een sanitaire stop.
Het meer is vlakbij en de nijlpaarden kunnen de camping opkomen om te grazen. In elk geval moeten we zorgen dat we
nooit tussen het nijlpaard en het water komen te staan, want dan wordt hij onzeker en zal aanvallen.